De dans

Esmay Versteegh - Winnaar StoryAwards 2011 - Foto: Marjolein Theunissen Beschouwing

apr
28

Door: De Redactie

Sinds 2010 biedt StoryAwards jongeren een podium voor hun literaire uitspattingen. Iedereen tussen de 8 en 26 jaar oud mag deelnemen aan deze Amersfoortse talentenjacht naar jonge, literaire kunstenaars. Esmay Versteegh (14) won de StoryAwards 2011 in de categorie 13 tot en met 16 jaar met zijn verhaal De Dans.

“Ik ben niet bang voor je.” Ik klonk krachtig. Zo voelde ik me ook. Maar ik wist dat er niets van die kracht zou overblijven als ze deze uitdaging aannam.
Ze was geluidloos. Ik huiverde niet, rilde niet, draaide me niet om. Ik stond alleen maar. En ik zag haar in mijn verbeelding. Ik zag hoe ze gracieus mijn rug naderde. Haar hoofd opgeheven, haar ogen vol plezier. Ze was nu zo dichtbij dat ik haar ademhaling kon horen. Het klonk precies zoals ik me deze vrouw in totaal voorstelde. Beheerst. Zo moest ik me ook voelen. Ik sloot mijn ogen en bracht mijn eigen ademhaling tot een nog lager tempo. Ik werd uit mijn lichte trance gehaald door een hand op mijn schouder. De aanraking voelde teder, maar de kou van haar huid, die dwars door mijn kleding drong, maakte me bewust van de kilte die in deze vrouw schuilging. Haar ademhaling werd luider en door de verplaatsing van de lucht kon ik opmaken dat ze haar mond geopend had.

“Werkelijk?”, fluisterde ze. Ze greep mijn andere schouder en draaide me om. Ze probeerde me aan te kijken, maar ik richtte mijn blik op haar lippen. Er rustte een minuscuul lachje op. We bleven een tijdje zo staan, wachtend op een actie van de ander. We wisten allebei dat ik degene zou zijn met het minste geduld. Ik verzette me er niet tegen, liet mijn ogen dwalen. Haar uiterlijk deed me denken aan een witte roos. Kwetsbaar en liefdevol. Was dat maar waar. In schril contrast stonden haar haren. Ze hadden de kleur van pure chocolade. Mijn blik kroop omhoog tot onderaan haar gezicht. Ik zag hoe haar lach verbreedde. Dat bracht me terug naar de werkelijkheid. Ik mocht niet in haar ogen kijken.

“Je bent minder zwak dan ik je had ingeschat.” Ze kwam wat dichterbij. Ik zette een voet naar achteren. Ze lachte hardop. Haar stem was vrij laag. Dreigend. Ik voelde hoe ze de macht overnam.
Dat liet ik niet gebeuren. Ik pakte haar hand en legde mijn andere hand in haar middel. Toen boog ik me naar haar oor. “Ik houd wel van dansen.” Bij wijze van antwoord zette ze haar voet op de plek waar mijn voet had gestaan. Ik duwde haar zachtjes naar achteren. “Ik leid wel.”
Ze lachte nogmaals, maar de dreiging was weg. Ze leek… geamuseerd. “Een wals?”
“Tango.”

Ze danste goed. Ongelooflijk goed. Ik had jarenmop stijldansen gezeten. Niet om arrogant temzijn; ik was getalenteerd. Maar zij was geniaal. Ik behield de controle, maar dat was slechts omdat het duidelijk was dat zij minder techniek beheerste dan ik.
Hoewel het een gepassioneerde dans is, de tango, keken we elkaar geen moment aan. Mijn blik was het grootste deel van de tijd op haar sleutelbeenderen gericht. Wat er in mijn hoofd omging – ik weet het simpelweg niet meer. Plotseling ontstond er mist rond ons. Dichte mist. Mijn danspartner werd zelfs wazig. Ik keek naar beneden. Ik kon onze voeten niet meer zien. Onverhoeds schoten mijn gedachten naar het verleden.

“Je moet nooit proberen een wolk te vangen”, had mijn vader me ooit gezegd. Ik was twaalf jaar geweest. “Een wolk is onbereikbaar. Meestal is hij hoog in de lucht. En als je dan toch de man bent die er levend weet te komen, dan kun je de wolk niet pakken. Hij zal uit je handen glippen. En zo is het precies met de Dood. De Dood is onbereikbaar. En als je er levend bij weet te komen, zal zij je overmeesteren.”

Plots realiseerde ik me dat ze leidde. Haar hand sloot zich nu krachtig om mijn schouder en haar danspassen werden fermer. Ze had de macht overgenomen. Ik maakte de bewegingen die zij wilde dat ik maakte.
Ik probeerde haar weer bij te sturen, maar het lukte niet. Dit was de prijs voor mijn concentratiegebrek.
Toen stond ze stil. Ze glimlachte en streelde mijn wang. Voorzichtig omsloot ze mijn gezicht met haar beide handen. Ze bewoog mijn hoofd omhoog en dwong me haar aan te kijken. Haar ogen hadden de kleur van een wolkenloze hemel.

“Ik ben nooit bang geweest voor de Dood zelf. Ik was altijd bang de Dood in de ogen te kijken.” Ze wierp haar hoofd naar achteren en lachte om me. Toen bracht ze haar gezicht heel dicht bij het mijne. “Dit zal niet onze laatste ontmoeting zijn voor ik je definitief kom halen.” We knipperden lange tijd geen van beiden. Toch was ik de verliezer. Ze was verdwenen toen ik mijn ogen opende.
Ik had de wolk niet gevangen.

28-04-2011

Ontdek CultuurBewust.nl

Reacties


Laat een reactie achter