Annelore Kodde: “Mensen kijken nooit vanuit de asielzoeker zelf”
Door: Belle Topper
Dinsdagmiddag, 12 oktober; ik kwam net uit school gefietst. Klaar voor mijn eerste interview. Eenmaal aangekomen bij de Lieve Vrouw werd ik ontvangen door een glimlachende vrouw bij de bar. “Waarschijnlijk is ze gewoon in de theaterzaal, hier de trap op.” En inderdaad, daar was ze. Annelore Kodde, nog druk bezig met haar acteurs om een behoorlijk intieme scene te oefenen; mooi om te zien. “Ik kom zo bij je.” Ik ging in één van de tribunestoelen zitten. Ik kon alvast een glimp opvangen van de grote lijnen van het decor, het decor van In duisternis, het nieuwste stuk van Annelore Kodde. Voor het eerst regisseert zij een stuk onder eigen naam.
U bent uw hele leven al heel veel met theater bezig. U hebt al meerdere stukken geregisseerd en dit is het eerste stuk onder uw eigen naam. Hoe bevalt dat?
“Het bevalt het me heel erg goed. Het is geweldig om je eigen concept te zien groeien tot een voorstelling zoals jij hem in je hoofd had. Het vereist meer werk natuurlijk. Subsidie hoefde ik voorheen bijvoorbeeld nooit zelf aan te vragen, maar daardoor merk je wel dat je nog serieuzer en gedrevener te werk gaat. Je kunt compleet je eigen koers varen zonder dat je het artistieke beleid van een gezelschap hoeft te volgen.”
Waarom sprak In duisternis van Henning Mankell u zo aan?
“Een paar jaren geleden reisde ik samen met mijn peetoom af naar het verre Afrika. Hij was al zijn hele leven betrokken bij verschillende ontwikkelingsprojecten en wist mij er veel over te vertellen. Ik heb daar veel gezien en meegemaakt, en evenals elke andere westerling die voor het eerst de armoede en gedrevenheid van de Afrikanen in het echt meemaakt, heeft die reis – ook op mij – ontzettend veel indruk gemaakt.
Eenmaal weer in Nederland besefte ik dat ik hier niet verder kon zonder iets te doen met al mijn herinneringen en gevoelens die in Afrika bij mij waren losgekomen. Ik besloot een stuk te gebruiken van Henning Mankell, een grote held van mij. Behalve dat hij vele mooie en sociaal bewogen detectives heeft geschreven, schrijft hij ook boeken en toneelteksten over politiek, armoede, kortom; de ongelijke verdeeldheid in de wereld. Ik kwam op dit stuk In duisternis uit en heb dat niet meer los gelaten.”
Welke boodschap wilt u met ‘In Duisternis’ uitdragen?
“Ik zou vooral het woord ‘vluchteling’ betekenis willen geven vanuit een menselijk perspectief. Zeker op dit moment strooit de media met quotes als ‘vluchtelingen het land uit’ en ‘criminele asielzoekers sneller weg’. Mensen kijken altijd vanuit de maatschappij of vanuit de politiek, maar vaak niet vanuit de vluchteling zelf.
Met deze voorstelling wil ik geen mening of oordeel geven, maar een soort beeld scheppen van de andere kant van het verhaal over vluchtelingen. Hoe voelt het eigenlijk om je eigen land te moeten ontvluchten en om je daarna in een ‘veilig’ land te moeten verstoppen, zonder bestaan of identiteit?
En dan gaat het in dit geval specifiek over een vader en dochter; een herkenbare familierelatie. Wat doet het met zo’n relatie wanneer je samen op de vlucht bent? Twee personen met zo’n sterke band, maar met allebei zo’n andere mening over het leven.”
In duisternis is een heel andere soort voorstelling dan de voorstellingen die u tot nu toe regisseerde, waar baseert u de keuze van uw teksten op?
“Deze voorstelling is inderdaad weer heel wat anders. Meestal kies ik wel hedendaagse teksten, maar dan onderwerpen die dicht bij me staan, thema’s die mijn eigen tijd en leefwereld weergeven. Dit vluchtverhaal is niet herkenbaar voor mij, maar toch heeft het gelijkenissen met de stukken die ik hiervoor regisseerde. Ik probeer altijd verhalen te kiezen vanuit de mens en zijn gemankeerde relatie tot zijn directe omgeving, dus ook vaak familierelaties, specifiek die tussen ouders en kinderen.”
Hoe komt u aan de vertaling van het stuk?
“Jaren terug ontdekte ik dit stuk al en heb meteen de Engelse en Duitse vertaling opgevraagd. Toen ik besloot er mijn voorstelling van te maken heb ik ook de Nederlandse versie kunnen bemachtigen. Dit is een prachtige vertaling van Karst Woudstra.”
Kiest u zelf de acteurs uit?
“De acteurs kies ik altijd zelf. Doordat ik al veel verschillende stukken heb geregisseerd en al veel heb gezien op het gebied van theater in Nederland, ben ik behoorlijk op de hoogte van wie en wat er in huis is. Ik kies mijn acteurs natuurlijk op kwaliteit, maar wat vooral doorslaggevend is, is als ik denk dat de acteurs het stuk wat kunnen meegeven. Dat het samen klopt; het verhaal, de personages en ook de acteurs onderling.”
Hoe was de samenwerking met de acteurs?
“De samenwerking beviel me ontzettend goed. Ik geef mijn acteurs altijd de ruimte voor eigen inbreng en goede ideeën en zeker dit keer heeft dat mij in zeer grote mate beloond, iets wat je vooraf nooit helemaal kan uittekenen. Er zijn natuurlijk ook momenten dat ik zelf even helemaal de touwtjes in handen neem, vooral tegen het einde. Maar we hebben met z’n drieën een inspirerende repetitieperiode meegemaakt.”
Wat verwacht u van de toekomst? Welke projecten staan er te wachten?
“Ik heb alweer subsidies aangevraagd voor het volgende project; een muziektheaterproductie op een locatie in Utrecht, aanstaande lente. Maar omdat ik het nu dus allemaal zelf moet regelen, is het weer afwachten of het gaat lukken, of we geld krijgen. In ieder geval is dit project mij erg goed bevallen en plannen liggen er genoeg!
29-10-2010